Istanbulspor, de club van de man die zo graag Berlusconi wilde worden

De grote clubs in Turkije zijn goed bekend onder de voetballiefhebbers in Nederland. Een club die men ook vaak weet op te noemen is Istanbulspor. Dit dankzij de aankopen van deze club in het seizoen 1995/1996. De nieuwe trainer van de gepromoveerde “stieren” werd Leo Beenhakker. Hij nam wijlen Fritz Korbach mee als zijn assistent. Voor op het veld gingen John van den Brom en Peter van Vossen mee naar Istanbul. Hier houdt de kennis, vaak, op. Velen zijn niet bekend met de flamboyante voorzitter Cem Uzan, wiens doel het was om ooit de Berlusconi van Turkije te worden. Het lukte zowel in het voetbal als in de politiek niet. De 55-jarige ambitieuze zakenman woont tegenwoordig in ballingschap in Frankrijk en hangt zware straffen boven het hoofd in zowel Amerika als in Turkije. Een fascinerende man, met een leven dat een Hollywood film waardig is.

Ist1

Cem Uzan kwam in 1960 ter wereld in Sakarya. Zijn ouders hebben Bosnische roots en hij belandde in een gespreid bed. Hij genoot opleidingen op gerenommeerde scholen in en buiten Turkije. Hij spreekt vloeiend Duits, Engels en Frans. Na zijn periode in Amerika op Pepperdine University (Malibu, Californië) begon zijn loopbaan als succesvol zakenman. Hij was baanbrekend in het medialandschap met diverse televisie en radiozenders. Andere successen behaalde hij met zijn vader en broer in het bankwezen, in de bouwsector, in de telefonie en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Tijdens hun piek waren de Uzan’s één van de rijkste families van Turkije.

Het zakelijke succes was niet voldoende voor de ambitieuze Cem. Hij had één groot voorbeeld: Silvio Berlusconi. Eerst moest hij net als de Italiaan een voetbalteam naar zijn hand zetten en richting prestaties stuwen, later zou hij de politieke carrière gaan ambiëren. Uzan was een fanatieke Galatasaray-supporter. Voor de jonge zakenman ging het voorzitterschap bij de roemruchte club, eigenlijk zijn grootste droom, een lastige zaak worden. Traditiegetrouw komen alleen mensen die hebben gestudeerd aan de gelijknamige universiteit van de club Galatasaray in aanmerking voor het voorzitterschap. Aan de slag bij de aartsrivalen Fenerbahçe en Besiktas was geen optie voor Uzan. Istanbul is het epi-centrum van Turkije en het Turkse voetbal, dus de spoeling werd dun. Het kleinere Istanbulspor acteerde een niveau lager dan de grootmachten, maar Uzan zag er genoeg potentie in. Hij hielp de club met het halen van grote Turkse namen, wat resulteerde in een promotie naar de hoogste divisie. Nu kon Cem echt aan de slag.

Don Leo liet in zijn recent opgetekende biografie weten dat hij thuis zat na een deceptie in Mexico. Ajax had met de wonderlichting van 1995 net de Champions League veroverd tegen het AC Milan van Silvio Berlusconi. Uzan legde contact met Beenhakker en schotelde hem een ambitieus plan voor met hele goede arbeidsvoorwaarden voor de trainer. Beenhakker is niet gek op stilzitten en sprong in het diepe. Hij nam de op dat moment werkloze Fritz Korbach mee, net als Peter van Vossen en John van den Brom, die zin hadden in een buitenlands avontuur. Na bijzonder goede contractonderhandelingen besloten ze allemaal naar Istanbul te verkassen. Een Nederlandse kolonie in Turkije.

Ist

Andere aankopen waren Čedomir Janevski, de international van Macedonië kwam over van Charleroi. De ervaren aankopen zouden allemaal een kort avontuur hebben in Istanbul. Het jonge Slowaakse talent Marian Zeman heeft het er nog het best gepresteerd, hij zou later weer samen spelen met John van den Brom bij Vitesse, dat hem na twee goede jaren bij Istanbulspor oppikte. Lokale sterkhouders waren de huidige trainer van Galatasaray Hamza Hamzaoglu en spits Saffet Akyüz.

Cem Uzan was het prototype ongeduldige voorzitter. Dit merkte ook de voorganger van Leo Beenhakker, Adnan Dinçer. Dinçer werd op straat gezet door Uzan, omdat hij geen heil zag in het plan van de voorzitter om een voormalig bokser aan te stellen als conditietrainer. Dat Adnan Dinçer hard op weg was het nietige Istanbulspor te laten promoveren, telde niet mee voor de voorzitter.

Rustige seizoenen bestonden er niet voor Istanbulspor op het hoogste niveau. Beenhakker was snel vertrokken, na zo’n vier maanden al. Korbach zou niet veel later het voorbeeld van Beenhakker volgen. Peter van Vossen vertrok in de winterstop in een ruildeal met de Glasgow Rangers, de Rus Oleg Salenko nam de omgekeerde route. Enkel van den Brom zou het seizoen netjes afmaken.

Uzan wilde meestrijden om de titel. Een onmogelijke taak voor de net gepromoveerde club. De in Nederland bekende Herbert Neumann nam de ondankbare taak over van Don Leo. Hij wist de ploeg ternauwernood op het hoogste niveau te houden, met een dertiende plaats met drie punten meer dan de twee degradanten. Toen Neumann het daaropvolgende seizoen, waarin Uzan wederom de knip had getrokken, twee van de drie openingswedstrijden verloor, was zijn tijdperk ook ten einde. Assistent ZIya Dogan nam het stokje een enkele wedstrijd over. De Bosnische Safet Sušić zou de meest succesvolle trainerszet van de voorzitter worden.

John van den Brom zou nooit onder Sušić spelen. In zijn contract zat een clausule dat hij bij achterstallige betaling gratis mocht vertrekken. In combinatie met de Turkse hectiek en het alleen overblijven als Nederlander vond hij het genoeg. Vitesse maakte hier gretig gebruik van, wat tot woede leidde bij voorzitter Uzan.

De strenge Sušić was opgepikt na een succesvol jaar bij Cannes. Het klikte gelijk met Turkije. Hij zou de enige trainer worden in het Uzan-tijdperk die de (overbetaalde) Turkse vedettes aan de praat kreeg. In zijn eerste seizoen, 1996-1997, eindigde hij op een bijzonder knappe zesde plaats. In het daaropvolgende seizoen kwam de sterrenploeg van Uzan weer een stapje dichterbij de droom om ooit kampioen van Turkije te worden. Aan het einde van de rit stond de ploeg op een vierde plaats en behaalde hiermee het recht om deel te nemen aan de UEFA Cup.

Wat deze stijgende lijn in de prestaties van Safet Sušić extra bijzonder maakt is het feit dat de ploeg geen achterban had. In Turkije is het namelijk helemaal geen gewoonte om per definitie voor de club te zijn die het dichtst bij je geboorteplaats ligt. 70-80% van de bevolking buiten Istanbul is voor één van de traditionele grootmachten van Turkije. Echte voetballiefhebbers zullen uit praktische overwegingen wel eens bij de lokale club op de tribune gaan zitten, maar de lokale ploeg komt bij de meeste Turken pas op de tweede plek. Als het clubs duizenden kilometers van Istanbul al haast niet lukt, hoe gaat een kleine club bij de grote jongens om de hoek dan de concurrentiestrijd met de grootmachten aan? Beenhakker vertelde Uzan in zijn korte periode al “Wat jij wil is onmogelijk zonder supporters.” Uzan probeerde alles: goedkope seizoenkaarten, acties in samenwerking met diverse bedrijven die hij bezat, reclames, maar niets hielp. Het ultieme dieptepunt was het, bij wijze van reclame, afbeeldingen van mensen op de muren te laten schilderen door een verfmerk dat sponsor was. Aan de twee zijdes in het stadion waar in plaats van tribunes muren stonden.

Ist

Het stadion is altijd een punt geweest. Het kleine Bayrampasa stadion was te min voor de sterren die werden aangetrokken. Hierdoor huurde Uzan vaak stadions af van de grote drie van Istanbul. In het seizoen 1997-1998 waren de eerste drie ‘thuis’wedstrijden van Istanbulspor achtereenvolgens in het stadion van Galatasaray, Fenerbahçe en Besiktas. Absurd. Gezien het ontbreken van een eigen aanhang is dit helemaal onvoorstelbaar. Dit proces verliep altijd via de uitbaters van de stadions, blijkbaar voor een acceptabel bedrag voor Uzan. Toen de clubs besloten de stadions over te nemen en het in eigen beheer te doen, kreeg Uzan het aan de stok met de clubs. De prijsvraag steeg exorbitant. Nu moest zijn sterrenploeg terug naar het kleine Bayrampasa stadion, hier hadden meerdere sterspelers geen trek in. Sergen Yalçin liet optekenen: “Ik ben een international, ik ga toch niet in dit krot spelen!” In de ogen van topclubs kreeg Uzan een koekje van eigen deeg. Door het overbetalen van de spelers van Istanbulspor had Uzan namelijk de markt opgeblazen en moesten de topclubs steeds dieper in de buidel tasten om spelers aan te trekken. In die periode was het haast standaard dat de managers tijdens de onderhandelingen met de topclubs opstonden en riepen “Dan gaan we toch naar Istanbulspor”.

Ist4

Na zes seizoenen kwam het einde van het Uzan-tijdperk in beeld. Wat de daadwerkelijke motivatie van de magnaat was zullen wij nooit weten. Was het liefde voor de sport? Want liefde voor de club Istanbulspor is er nooit geweest. Was het voor het geld? Voor zijn vertrek mochten Turkse clubs hun uitzendrechten individueel verkopen. Uzan had een TV-zender waar hij dan ook alle wedstrijden van Istanbulspor uitzond. Was het voor zijn ego? Dit lijkt de meest waarschijnlijke optie. Uzan blijft toch Iemand met Berlusconi als grote voorbeeld. Hij had al het geld en succes, nu moest daar als voetbalgek ook nog een eigen club bijkomen. Verder ontbrak er een succesvolle politieke carrière, om de gelijkenis met Berlusconi helemaal kloppend te krijgen. Uzan richtte de Genç Parti (jongerenpartij) op. Het had een vergelijkbare start met zijn voetbalvereniging. Voor iets wat zo kort bestond behaalde het respectabele successen bij de eerste verkiezingen waar aan mee werd gedaan, maar het was nooit voldoende voor een afgevaardigde in de Kamer.

Een volledige instorting van het Uzan-imperium zou niet lang op zich laten wachten. De Turkse regering legde beslag op alle bedrijven van de familie. Daarnaast wonnen Nokia en Motorola een rechtszaak aan tegen Uzan in Amerika, waarop Cem Uzan Turkije ontvluchtte en politiek asiel kreeg in Frankrijk. Cem woont nu al jaren, met zijn derde vrouw en kinderen, in Frankrijk. Via zijn sociale media kanalen, voornamelijk Twitter en Instagram, krijgen wij een kijkje in het leven van de ‘vluchteling’. Hij maakt het goed en bemoeit zich nog veelvuldig met Turkije en het Turkse voetbal. Zijn droom om ooit voorzitter van Galatasaray te worden is nog springlevend. Hoe hij dit voor zich ziet met een openstaande celstraf van 23 jaar, wanneer hij voet op Turkse bodem zet, weet niemand.

In de tussentijd ging Istanbulspor, net als het Uzan-imperium, kapot. Nadat Uzan in 1999 zijn handen van de club aftrok, kwam de club in de problemen. De geldkraan was dichtgedraaid, de selectie zat vol grootverdieners (die niet meer betaald konden worden) en er was niemand bereid om de erfenis van Uzan over te nemen bij deze nietige club. De huidige Konyaspor-trainer Aykut Kocaman wist de club nog op miraculeuze wijze tot 2004 op het hoogste niveau te houden. Daarna was de degradatie een feit en bleef de club kelderen tot onder de professionele grens. Tegenwoordig probeert de club zich weer omhoog te werken, voornamelijk met jonge talenten. Istanbulspor vertoeft momenteel hoog in de derde – en laagste – professionele afdeling van het Turkse voetbal.

Heeft een megalomaan persoon een club die hij als speeltje zag kapotgemaakt? Nee. De club met weinig bestaansrecht heeft een turbulente tijd meegemaakt, van hoge pieken en hele diepe dalen. Istanbulspor staat voor altijd in de geschiedenisboeken van het Turkse voetbal. Zonder Uzan was dit de anonieme club – die nota bene de naam van de stad draagt – nooit gelukt. Het Uzan-tijdperk zal nooit vergeten worden. Een voorzitter die zelf de wissels wil doen, spelers boetes geeft ter hoogte van het dubbele dat zij verdienen, het gevecht aan gaat met de Turkse voetbalbond en nooit een blad voor de mond neemt, hoort thuis in het voetbal. Ze mogen nooit de overhand krijgen, maar zijn wél een genot om te volgen.

Ist2

Advertenties