Waarom jij een wedstrijd van Kasımpaşa moet gaan kijken:

Kasımpaşa Spor Kulübü heeft op het eerste gezicht een aantal nadelen voor de amateur politiek volgers in Nederland. De club is gevestigd in het district Beyoğlu. Dat is de geboortegrond van de president van Turkije Recep Tayyip Erdoğan. Erdoğan is zelfs voormalig speler van Kasımpaşa en de naamgever van het huidige stadion. Omdat je niet uitgesproken raakt over het huidige politieke regime, maar tijdens je zoektocht naar een mooie zonvakantie het toch wel akelig lastig blijkt om een betere prijs-kwaliteit bestemming te vinden dan Turkije. En dus toch weer beslist vijftien dagen Belek te boeken, is het als principieel voetballiefhebber ook verstandig deze nogmaals opzij te schuiven. Kasımpaşa is namelijk sinds de komst van trainer Kemal Özdeş een verademing wat betreft plezier in het voetbal.

Gisterenmiddag stond Trabzonspor – Kasımpaşa op het programma evenals een kleine vijf maanden geleden (toen een 2-5 overwinning voor de club uit Istanbul) was het weer een groot feest voor de neutrale kijker. In de eerste helft leek het alsof de club van de Zwarte Zee niks had opgestoken van de oorwassing van afgelopen seizoen. Kasımpaşa begon furieus wat resulteerde in een vroege 0-2 voorsprong. Trabzon herstellende zich goed en wist de achterstand om te buigen in een 4-2 overwinning onder aanvoering van een ontketende Hugo Rodallega. Het open duel bracht de kijkers maar liefst 35 schoten in 90 minuten. Netjes verdeeld over beide teams. Een voetbalfeest dus.

Dit is het zevende achtereenvolgende seizoen van Kasımpaşa op het hoogste niveau. Voor een club uit de marge in Turkije een mooie reeks om trots op te zijn. De enige clubs die meer seizoenen actief zijn in de Süper Lig zijn namelijk Galatasaray, Besiktas, Fenerbahçe, Trabzonspor en Bursaspor. In het laatste seizoen van de club op het een naar hoogste niveau werd het gekocht door Turgay Ciner. Ciner is een Turkse miljardair, die zijn geld verdiende met zijn media groep en diverse energie en grondstof maatschappijen. De overname nam een aantal twijfels weg bij het volk over de al dan niet (financiële) hulp van de grote Turkse leider en clubman Erdoğan aan de club. De eigenaar en het door hem aangewezen bestuur wilde snel doorgroeien. Binnen de mogelijkheden die uit de lucht waren komen vallen deed de club wat het kon. Ryan Babel, Ryan Donk, Andreas Isaksson en Eren Derdiyok zijn enkele namen die de toenmalige trainers, Shota Arveladze als langstzittende, beschikbaar kregen. Door het uitblijven van systematisch succes besloot de leiding de kraan bijna geheel dicht te draaien, vrij rigoureus. Er werd serieus rekening gehouden met een degradatie na deze maatregelen.

De ervaren trainer Rıza Çalımbay wist de club voor het noodlot te behoeden. Ondanks dat het bestuur duidelijk was, kon Çalımbay het niet verkroppen dat het geld van de transfer van Eren Derdiyok naar Galatasaray niet geherinvesteerd kon worden. Na drie wedstrijden in het seizoen 2016-2017 leverde Çalımbay zijn contract in en de eigenaar haalde zijn schouders op en was stiekem zeer content dat het aanhoudende gezeur van de trainer nu was gestopt. Echter, wat nu? De gemiddelde Turkse trainers eisen veel geld en eisen nog meer investeringen op de transfermarkt. En juist daarin had de miljardair geen zin meer.

De oplossing voor de club die met minder middelen beter wilde gaan presteren kwam uit een opmerkelijke hoek. De clubloze Kemal Özdeş. De 46-jarige oefenmeester geboren en getogen in Manisa was op een zijspoor terechtgekomen. Op 34-jarige leeftijd gaf Hikmet Karaman bij Kayserispor Özdeş, de trainer met een niet noemenswaardige voetbalcarrière, zijn eerste kans als assistent trainer. Ondertussen was de grootste belofte van het Turkse trainersgilde faliekant gefaald bij de Turkse nationale ploeg. Ersun Yanal. De man die er voor zorgde dat we het vandaag de dag over laptop-trainers hebben. Yanal ging op zoek naar eerherstel en Manisaspor gaf hem een kans. Hij zocht een assistent met krediet bij de lokale bevolking en dat was Özdeş. De prestaties waren goed, Yanal nam Özdeş mee naar Trabzonspor en toen het daar na een goede start bergafwaarts ging was het tijd voor Özdeş om op eigen benen te staan. Dit verliep alles behalve soepel. Acht maanden alvorens Kasımpaşa hem benaderde voor de vacature was Özdeş na 11 dagen opgestapt bij Elazığspor. Met als reden, een gebrek aan financiële middelen. De club die genoeg had van het investeren in het voetbal zag heil in een trainer die elders zijn contract inleverde door het gebrek aan financiën.

Zijn debuut moest hij maken in een thuiswedstrijd tegen het grote Fenerbahçe, het werd 1-5. Zijn tweede wedstrijd was in en tegen Bursa, 1-0 verloren. Geen ideale start. Na deze valse start werd het snel zichtbaar dat Özdeş een duidelijke visie heeft en daar geen compromissen in sluit. De ploeg kreeg het broodnodige vertrouwen. In de resterende 41 duels dat seizoen werden er nog maar 12 verloren. In de winter werd zoals afgesproken niet geïnvesteerd, dit zonder gemor van de trainer. Die enkele spelers van het tweede elftal liet aansluiten en zelfs de halve finale van de Turkse beker wist te bereiken.

Kasımpaşa heeft een goed netwerk. Dat bleek goud waard in combinatie met deze trainer. In de zomer van zijn eerste volwaardige seizoen kwamen er voor minimale prijzen enkele fantastische spelers naar Beyoğlu in Istanbul. Jhon Murillo (Benfica), Trezeguet (RSC Anderlecht), Bernard Mensah (Atletico), Kenneth Omeru (Chelsea) & Syam Ben Youssef (Caen). Zo goed als hij alle aanwinsten wist in te passen, transfers op maat, was het misschien indrukwekkender hoeveel beter hij de reeds aanwezige spelers wist te maken. Keeper Ramazan Köse en verdediger Veysel Sarı bijvoorbeeld, spelers die je wekelijks op de lachspieren werkte bleken aan de hand van deze trainer ineens zeer evenwichtige spelers.

Met zeer beperkte uitgave had het bestuur eindelijk wat ze voor ogen hadden. Een stabiele club, Kasımpaşa eindigde vorig seizoen als achtste in de Süper Lig. Daarnaast was er een stijgende lijn in de bezoekersaantallen. Een unieke prestatie in het verzadigde Istanbul. Met concurrenten als Galatasaray, Bestikas en Fenerbahçe is het andere clubs in de metropool nooit gelukt supporters af te snoepen. Istanbulspor deed ooit een wilde poging met Beenhakker, van der Brom en van Vossen. Başakşehir speelt als jaren om de titel in een praktisch leeg stadion. Kasımpaşa is uitgegroeid tot de lieveling van heel Turkije, een ongekend fenomeen voor de fanatieke Turkse aanhang.

De eerste vier weken van het nieuwe seizoen was Kasımpaşa koploper. Op de vijfde speelronde stond Galatasaray-uit op het programma. En dat blijkt telkens een te hoge drempel voor Özdeş en zijn mannen. De traditionele topploegen. Waar Abdullah Avcı van Başakşehir deze drempel wel heeft weten te nemen door zijn ploeg constant aan te passen aan de tegenstanders, voor lief nemend dat het spelplezier in topduels enorm afneemt is Özdeş hier niet tot bereid. Het doet mij veelal denken aan de leuke maar zo naïeve Peter Bosz bij Heracles Almelo.  Of Quique Setién bij Betis. Dit zijn trainers die we met alles wat we hebben moeten verdedigen. In het belang van leuk voetbal. Een uitstervend soort voetbal.

Advertenties