Turkije Blog 0.1

Vrij recent zat ik in een minuscuul hok in Hilversum. Er was mij gevraagd om David Endt te ondersteunen bij het wedstrijdcommentaar bij afwezigheid van zijn vaste partner Willem Haak. De wedstrijd was Milan – Inter. Een wedstrijd waar ik jaren geleden lang naar uit kon kijken, en veel voor zou afzeggen om te kunnen, of beter gezegd, moeten kijken. De wedstrijd was dramatisch. (Volgens een enkeling het commentaar overigens ook. Ik ben gek op kritiek, maak het de mensen graag naar de zin. Uit onderzoek vond ik het dan ook jammer dat ik geen inhoudelijke kritiek kon vinden, enkel een op het oog zeer ongelukkige man).

Het was verre van de enige dramatische negentig minuten die ik dit seizoen voorbij heb zien komen. Met de Eredivisie als absolute uitblinker. Het is niet vreemd met een vergaande interesse voor het voetbal in het binnen en buitenland dat je vaker tegen een teleurstellende wedstrijd aanloopt dan de gemiddelde kijker. Alleen zie ik de aantallen ontzettend toenemen. Komt dit door mijzelf? Ik voel jullie nu gewoon heftig ja knikken. Of is het echt een schaarste aan het worden hoeveel mensen er nog rondlopen met de wetenschap dat het een spel is? Dat resultaat een prachtige bijkomstigheid is van goed en mooi spel, of wel vermaak.

Het recente succes van AS Roma is zo een voorbeeld. Zij veroorzaakte een shock in de voetbalwereld door Barcelona te verslaan op het hoogste moderne podium. Met een man aan het roer die meer lijkt op een dokter dan een voetbaltrainer. Die aanpak, dat heftige contrast tussen Barcelona thuis of Bologna uit, vind ik echt een probleem. Het eeuwige rouleren. Met de beste elf is Roma dit seizoen een attractief team, maar die beste elf krijg je misschien gedurende het seizoen bij een derde van de wedstrijden compleet voorgeschoteld. De interesse in Nederland voor het buitenlandse voetbal neemt in rap tempo af. Door het niet op de voet volgen van de Serie A en het wel kijken naar de Champions League kan dus voor een zeer scheef beeld zorgen.

De alles kijkers, waardoor eigenlijk niks kijkers, leven op samenvattingen en goede wedstrijdverslagen. En natuurlijk de constante stroom aan korte momenten op de sociale media kanalen. Geloof mij, ik kan het weten. Ik heb een hekel aan deze beleving, maar ook voor mij zit er niks anders op. Een weekend heeft maar zoveel minuten en er zijn nu eenmaal meer wedstrijden dan beschikbare tijd. Op de Turkse competitie na, was het in de andere grote Europese competities dit seizoen veel te snel duidelijk welke ploegen er kampioen zouden worden. Een aspect wat al tijden aan de gang is en eigenlijk overal meer toeneemt dan afneemt. Nu moeten we ons richten op ploegen die strijden om een Europees ticket, of de degradatiestrijd. Die laatste strijd ben ik wel gek op, alleen liggen deze ploegen weer zo dicht bij elkaar van begin tot eind, meestal op de echte nummer laatst na, dat er tot aan de laatste twee speelrondes geen zinnig woord over te zeggen is.

In de tien dagen dat ik nu in Turkije ben heb ik twee wedstrijden gezien. Genclerbirligi – Galatasaray en Galatasaray – Basaksehir. Galatasaray en Ajax zijn natuurlijk de uitzonderingen op de regel. Clubs waar je je stem voor schor schreeuwt weten je altijd genoeg te prikkelen om je zowel positief als negatief te vermaken. Al moet ik toegeven dat Ajax het lukt om mij nu al enige tijd dusdanig te irriteren dat ik de moeite, die ik normaliter zeker had genomen, niet eens heb genomen om PSV uit te aanschouwen. Ik heb besloten om vanuit het Amsterdamse dit seizoen wat meer in stilte te lijden. Er vinden zaken plaatst die heel erg ver van mijn persoon af staan. In het bijzonder natuurlijk de gang van zaken rondom Hakim Ziyech. Bij de eerste lauwe kritiek en fluitjes kon ik nog mijn schouders ophalen. Alleen hoe sommige supporters en journalisten handelen en wat ze uit hun strot en vingers krijgen verafschuw ik. Jaren terug maakte Youp van ’t Hek al grappen over dat hij mensen om zich heen niet kon verstaan in de ArenA. De enige redenen die ik kan bedenken voor dit absoluut idiote gedrag heeft daar dan ook mee te maken. De motieven van de tegenstanders van Hakim zijn meer dan duidelijk en geen enkele Amsterdammer zou deze motieven onderschrijven, nooit.

Ziyech is nogal een hekel punt bij mij, zoals jullie kunnen lezen. Ik had het over het totale gebrek aan voetbal deze afgelopen periode. Ik heb niks meegekregen van het Champions League geweld, of de titels van Bayern, PSG en City. En het was helemaal prima.

Door allerlei onvoorspelbare omstandigheden was het wereld kampioenschap in Brazilië ronduit geweldig. Een zeer welkome verrassing. Ik hoop van harte dat ze dit in Rusland kunnen evenaren, al heb ik er een hard hoofd in. Er zijn een paar deelnemers simpelweg te sterk, ben ik bang. Toch heb ik heel veel zin in deze zomer en gaan we er hopelijk weer op diverse leuke manieren met z’n alle een feest van maken.

Rest mij twee vragen aan jullie. Is dit mijn eigen gevecht tegen het voetbal, worden jullie wel nog ruimschoots vermaakt?
En de clubs die in je hart zitten daargelaten, waar kijken jullie naar uit na het wereld kampioenschap deze zomer? Een competitie? Een club? #Transferdeadlineday?

Advertenties

Ons Oranje?

Wat willen wij nou eigenlijk?

Meteen twijfel ik of ik met deze zin moet openen, want een wij is er al heel lang niet meer in Nederland. Laat ik mijzelf dan maar een klein beetje voor de gek houden en dat wij als voetballiefhebbers nog wel een wij kunnen vormen.

Sinds de neerwaartse spiraal is ingezet bij Oranje is er zo ontelbaar veel gezegd en geschreven, ook door mijzelf. Ik ben niet snel overtuigd van mijn eigen ongelijk, je hebt het dan niet altijd bij het juiste eind maar er zit in ieder geval nog een klein beetje lijn in het geen wat je zo nu en dan de wereld in blijft slingeren. Over het algemeen geen populair model bij de mensen met een veel groter bereik. Het kan zomaar voorkomen dat je iemand onwijs cynisch Hakim Ziyech ziet wegzetten als een blaag, “graag of niet” en enkele maanden later kan vinden dat er in Zeist koppen moeten rollen voor de nalatigheid bij het winnen van Hakim voor Oranje.

De introverte spelers zijn grijze muizen, de kleurrijke spelers worden kapot geschreven. Telkens kan ik alleen maar denken, wat willen wij nou eigenlijk? Is het echt enkel en alleen de tegenvallende prestaties of zijn we gewoon niet meer in staat om vriendelijk of verdraagzaam te zijn? Goed nieuws is geen nieuws. Ik weet niet zeker hoe belangrijk het is. Na een generatie die vaak en langdurig bejubeld is staat er na deze kwalificatiereeks een ploeg die nog nooit langdurig gesteund is door het land waarvan verwacht word dat ze het shirt met trots dragen. In Brazilië stond een ploeg, onder leiding van een uitmuntende trainer, op het veld met genoeg sleutelfiguren die de nieuwe jongens konden motiveren om hun sportieve wraak te nemen op de laagdunkende opinie die Nederland had aangenomen. Het is deze verschrikkelijke campagne goed duidelijk geworden dat laatste der Mohikanen er alles aan moesten doen om zelf op de been te blijven, de rest van de ploeg op sleeptouw nemen zat er simpelweg niet meer in. Het enige wat ze nog konden was praten. Binnenkort is ook dit aspect niet meer aanwezig.

De kans is zeer aanwezig dat er bij de eerst volgende competitieve wedstrijd van Oranje elf spelers aan de aftrap verschijnen die allemaal ooit (langdurig) onder vuur hebben gestaan bij het volk en de pers, dat hebben onze beste internationals ook gestaan, maar deze jongens kennen de keerzijde niet. Niet goed genoeg bevonden, genegeerd, saai genoemd of als ongeschikt beoordeeld op basis van kleding keuze. En als we het gevoel hebben dat we klaar zijn met het grote Oranje vinden we wel twee fragmenten van een jeugdige international die niet meteen omschakelt.

De suggesties dat deze jongens alleen maar om hun bankrekening geven is al zo vaak gezegd en geschreven dat het voor vele als waarheid word beschouwd. Soms hoop ik het voor ze. De romantici blijven redenen zoeken, meestal met het verleden teveel over de schouder meekijkend. De realisten vertellen altijd achteraf haarfijn wat er fout is gegaan.

De totale instorting van Oranje heeft maar één tastbare oorzaak, het bolwerk Zeist. Elke fout die wij met zijn alle concluderen vindt haar oorsprong bij de KNVB. Ik hoop dat de pennen en tongen zich snel en continu blijven richten in de juiste richting. Tekenend voor het probleem was de heksenjacht op een persoon bij de voetbal bond die niet veel vrienden heeft. Nooit was de voetbalpers harder en strenger. Grotendeels terecht maar het werk is nog lang niet klaar, toch lijkt de ergste storm te zijn gaan liggen. Vreemd, want de KNVB is op dit moment nog hopelozer dan in tijden van Hans van Breukelen.

Zonder plan, geen toekomst. Zie het meest recente voorval met Sofyan Amrabat. Wie is er verantwoordelijk voor het lakse gedrag om deze jongen voor Oranje uit te kunnen laten komen? De hooghartigheid om niet met de zelfde strijd en passie als in dit geval Marokko te knokken voor talenten is onacceptabel. Stel dit aan de kaart bij een media optreden in plaats te discussiëren of deze jongen Oranje materiaal is. Daar komen we waarschijnlijk, met pijn in het hart, op het aanstaande Wereldkampioenschap achter.

‘Van mijn ouders moest ik per se mijn school afmaken’

In de Brug: 04-04-2017

Yordi Yamali (30) is een talentvolle voetballer die in Turkije twee jaar aan het profvoetbal rook. Zijn voetbalbestaan voltrok zich echter grotendeels bij SV Diemen, waar hij in het tweede zaterdagelftal acteert. Daarnaast is Yordi een welbespraakte deelnemer aan de online voetbaltalkshow FC Afkicken, waar met een biertje het (inter)nationale voetbal wordt becommentarieerd.

Vertel eens over je voetbalcarrière?
“Ik begon als zesjarige bij Voorland, waar Urby Emanuelson ook voetbalde. Daarna speelde ik bij Diemen met Ryan Babel. Op mijn vijftiende debuteerde ik in het eerste. Ik wilde voetballen maar van mijn ouders moest ik per se mijn school afmaken. Van het vwo ging ik uiteindelijk naar de mavo. Op een open dag van Konyaspor in Turkije, waar mijn vader vandaan komt, werd ik geselecteerd. Een dag later woonde ik in een appartement met andere jeugdspelers. Ik was zeventien, trainde ineens tweemaal per dag. Het eerste heb ik niet gehaald. Ik kon het lang-leve-de-lol niet loslaten, maar het was een mooie ervaring. Mijn ambities waren meteen klaar; ik ging terug naar m’n vrienden in Diemen.
Ik ben spits, als ik het aan een stijl moet koppelen ga ik voor Mariano Bombarda. Ik kan de bal goed afschermen en lekker hard schieten. Bij Diemen is alles top geregeld, maar het is geen gezellige vereniging. Ze vinden het niet leuk dat ik dit zeg, maar ze kijken je de kantine uit als het laat wordt. Ik speel voor mijn vrienden, niet voor de club. Voetbal is een heerlijke uitlaatklep: negentig minuten samen knokken en daarna gezelligheid.”

Continue reading “‘Van mijn ouders moest ik per se mijn school afmaken’”