Damouchari
Een jaar geleden belandde ik op Zakynthos bij Molly Malone’s Bar & Mini Golf, waar een late-night potje midgetgolf uitgroeide tot een onverwachte vriendschap met de voormalige voorzitter van A.P.S. Zakynthos. Tussen de gesprekken over matchfixing, zijn zeventien jaar aan het roer van de lokale trots en een omgekochte wedstrijd die ik met eigen ogen zag, dacht ik het afgelopen jaar nog vaak na over mijn beste vriend in Griekenland, de midgetgolfbaan-uitbater waarvan ik nooit zijn naam heb durven vragen omdat ik dat aan het begin verzuimde te doen en het later niet meer netjes voelde en overbodig. Vaak speelde ik met de gedachte om terug te gaan, zijn verhaal in zijn compleetheid aan te horen en onze vriendschap verder uit te bouwen. Wat het precies was dat mij tegenhield weet ik niet. Het feit dat ik een bevriende uitgever benaderde om te onderzoeken of er misschien een boek in zat voor zijn verhaal, maar dat het afspreken er steeds niet van kwam, heeft zeker niet geholpen.
Nu is het weer een zonnige oktober in Griekenland, weer een korte vakantie vanwege interlandvoetbal en alle hoofdrolspelers zijn er weer bij. Op een na. Want wij zijn gegaan voor Damouchari, zo’n 500 kilometer noordoostelijk van Zakynthos. Beroemd en berucht vanwege een paar scènes die er zijn geschoten voor de kaskraker Mamma Mia! (2008), een lokaal feitje waar je niet omheen kunt. Zo is er ook strandvilla Damma Mia. Damouchari is een heuse hidden gem zoals dat op vele websites staat vermeld. Voor het gemak ga ik er dan maar altijd vanuit dat ik de enige bezoeker ben van die pagina’s, anders is die reputatie natuurlijk niet lang hoog te houden.
Vroeger bestond de voorpret voor een aanstaande vakantie voor mij eigenlijk enkel uit het zoeken naar restaurants, bezienswaardigheden en strandjes die aansloten op mijn uitgesproken en duidelijke smaak. Sinds ik er in mijn zoon een voetbalmakker bij heb, voeg ik hier voetbal aan toe. Wetende dat het een interlandweek is, ben ik op zoek gegaan naar de parels van de lagere divisies in het Griekse voetbal. Via zelfbedachte prompts ging ik in de weer met ChatGPT, Google Gemini en Claude. Conclusie: meer dan voldoende regionaal voetbal in de buurt. Dat zoeken we op vakantie wel verder uit. Niet rekening houdend met de infrastructuur op het vasteland van Griekenland. Eerst moesten we onze Kia Stonic ophalen. Er komt een dag dat ik een auto huur en ook de gekozen auto krijg, maar die dag was niet deze. Nou heb ik niks tegen een Kia Stonic, ik had er zelfs nog nooit van gehoord, maar ik raak altijd in mineur als ik wegrij en merk dat de motor van mijn elektrische tandenborstel steviger is dan die van de huurauto. Van Thessaloniki naar Damouchari. Een tip voor alle passieve Google Maps-gebruikers, zoals ikzelf: kijk langer naar de combinatie kilometers en reistijd. Kloppen de verhoudingen niet, vraag jezelf af waarom dat zou kunnen zijn en ga verder op onderzoek uit. Onze droombestemming was een kleine 40 kilometer voorbij Volos. U weet wel, de stad van Niki Volou, oud-werkgever van Kees Luijckx. Volos kwam steeds dichterbij maar de totale reistijd bleef erg hoog. Niet lang nadat wij het imposante Panthessaliko stadion voorbij waren gereden werd duidelijk waarom. Er volgde een kilometerslange haarspeldenroute, eerst tot ver boven de stad, om aan de andere kant op nog minder goed onderhouden asfalt ondergronds neer te dalen tot aan zeeniveau. Mijn vrouw is geen bochtenliefhebber op de bijrijdersstoel en onze zoon kan al over zijn nek gaan op een kaarsrechte weg in een auto. Kortom: een helse rit voor mijn dochter en mij. Het kan aan ons liggen, maar bij zulke tekenfilm-hoeveelheid kots konden we ons gezicht moeilijk in de plooi houden, wat dan weer geen positieve uitwerking had op de algehele stemming in de auto. Er was nog maar één middel om de sfeer te redden: dat deze rallyroute het waard zou zijn. En dat was het, gelukkig.
Want het is adembenemend, niet anders te omschrijven. Ons onderkomen is gebouwd in 1902, maar op subtiele wijze tussentijds meermaals geüpgraded naar de tijd waarin wij leven. We lijken een privébaai te hebben, al heeft dat ook te maken met de tijd van het jaar. Sotiris en Maria zijn de gelukkige eigenaars van dit bouwwerk en ontvangen ons met die gekenmerkte Griekse gastvrijheid, een soort perfecte relaxte bereidwilligheid om het bezoekers naar de zin te maken. Met mijn Turkse achtergrond ben ik zeker bekend met de gastvrijheid van de regio maar in Turkije gaat die laidback vlieger nooit op, het voelt als een verplichting, jullie zullen het naar je zin hebben en anders slapen wij en jullie niet. Overigens moet ik hieraan toevoegen dat mijn extra waardering deze vakantie zijn herkomst vindt in de totale mismatch afgelopen zomervakantie tussen Italië en mij. Het land waar de laatste herstelwerkzaamheden aan de huizen, wegen en menukaarten plaatsvonden in de zomer van 2000, toen de inkt onder het contract van Claudio López net was opgedroogd na zijn overgang van het magische Valencia naar het megalomane Lazio van de sjoemelaar Sergio Cragnotti.
Deze route tussen de bewoonde wereld en het verstopte decor van Mamma Mia! (2008) deed me al direct beseffen dat het er de aankomende dagen niet langer in zat om even met mijn zoon ons eigen plan te trekken en richting een regionale kraker te gaan. Als voetbal fysiek niet in de buurt is, moet je hopen dat het je op een andere manier bereikt. Helaas was de eerste sportgerelateerde vraag van onze host Sotiris of ik van basketbal hield. Basketbal is hier net als in Turkije een goed alternatief voor als het voetbal even tegenzit. Nu vind ik de verhalen rondom alle sporten, met als enige uitzondering darten, ben ik achtergekomen tijdens het maken van mijn nieuwe podcast Schaduwspel, altijd wel interessant, maar de sport van de bal in het mandje mikken heeft mij nooit echt te pakken gehad. Afgelopen zomer was er EuroBasket, het Europese kampioenschap voor basketbal, en wist ik dat Turkije aartsrivaal Griekenland had vernederd met 94-68, maar dat leek mij geen geschikte informatie-uitwisseling voor onze eerste vijf minuten. Dus ik ging voor een hele korte versie: geen passie voor basketbal, voetbal is mijn sport. Er kwam geen vervolgvraag of –
opmerking.
Normaal gesproken zijn er drie restaurants op loopafstand, maar omdat het vakantieseizoen bijna ten einde is, is er nu nog maar één open. Als wij aankomen is het eerste dat ons opvalt de mededeling dat dit een locatie betreft die te zien was in Mamma Mia! (2008). We moeten lang wachten, tot een vriendelijke dame ons eindelijk komt vertellen met gepaste afkeuring dat wij veel te laat zijn voor de lokale delicatessen. Het seizoen is voorbij, zij koken voor het hele dorp en de dorpen om ons heen. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Uiteraard is er nog eten voor ons, maar alleen wat er over is gelaten door de overige bezoekers, een mix in keurige verhouding tussen hikers op leeftijd en mensen die hier gewoon wonen. Het mag de pret niet drukken, want de restjes zijn zogezegd van uitstekende kwaliteit. Plaatsen waar je gek wordt aangekeken als je begint over seizoens- en streekproducten zijn toch echt onze plekken op deze wereld. Op het moment dat onze gerechten worden gebracht, wordt er in Istanbul afgetrapt: mijn Galatasaray ontvangt Beşiktaş, daags na het verslaan van de miljoenenploeg van Arne Slot. Blij dat je nog zo over tegenstanders kunt praten na het vastleggen van Victor Osimhen voor 75 miljoen, maar hoe absurd ook, dat bedrag is een fooi in vergelijking met de transferzomer van Liverpool.
De wedstrijd verliep dramatisch, de bezoekers, onder agressieve maar hopeloze aanvoering van Orkun Kökçü, kwamen op een gelukkige voorsprong na 12 minuten wegens een alerte Tammy Abraham. Vervolgens trapte Davinson Sánchez in één van de oudste vallen in het Portugese voetbal, uitmuntend uitgevoerd door Rafa Silva: hij ging achter de aanvaller lopen. Een ferme schop op de eigen kuit, naar de grond en rood voor de tegenstander. Het terugknokken na de Champions League-inspanningen eerder die week was hartverwarmend om te zien, maar beter dan 1-1 werd het niet. Opmerkelijk was het feit dat niemand van het restaurant of de gasten een blik wierp op wat ik zat te kijken. Wel zag ik een jongen in de bediening van mijn eigen leeftijd die gekleed was in een zeer oversized Adidas korte broek, een basketballer.
Enigszins teleurgesteld trok ik terug naar onze kamer. Pakte mijn Hard Gras en ging aan de hand van Thomas Heerma van Voss en Michel Doodeman langs Perugia en Parijs en kwam zo toch nog aan mijn voetbalfix. Was het mij dan onbewust gelukt om op de enige plek op aarde zonder voetbal terecht te komen? Het zag er wel naar uit, maar de dag daarna was het zondag, wereldwijd toch dé voetbaldag. Wie weet.
Tijdens ons ontbijt werden wij opgeschrikt door het nummer Dancing Queen uit krakende boxen, het kwam van ver, maar werd steeds duidelijker hoorbaar. En met zo’n banger heb je sowieso weinig nodig om te herkennen wat er wordt afgespeeld. Het geluid bleek afkomstig van een boot volgepakt met toeristen die aan een andere kant van de berg Pilion verblijven. Het nummer blijkt ingezet om de deelnemers warm te draaien voor wat zij gaan aanschouwen: de baai van Mamma Mia! (2008). Het is moeilijk te ontwarren wat de kapitein allemaal vertelt, maar de mensen zijn hoorbaar enthousiast en koelen zichzelf af met een duik in de zee. Zo langzamerhand groeit bij ons de wens om een filmavond in bed te organiseren en ons eigen uitzicht ook nog eens door de Hollywood-lenzen te gaan bekijken.
Op zestien stappen van de poort van ons verblijf is een strand. Sotiris voorspelde al dat in deze tijd van het jaar het strand voor ons als een soort privé-onderkomen zou gelden. Daar was geen woord aan gelogen. Bij aankomst was er helemaal niemand. Heerlijk, maar de kans op een interactie over voetbal kwam zo ook wel heel resoluut op een percentage van 0 te liggen. Terwijl de uren verstreken in de Griekse nazomerzon, sloten er wel steeds kleine groepen mensen aan op het strand, maar niemand had een strandlaken voorzien van een gigantisch clublogo of het hoofd van Neymar. Een heerlijke authentieke lunch, wandeling en wat bordspellen verder was het tijd voor het diner. We aten in het enige nog geopende restaurant, dat vanwege de liefde voor dieren van de serveerster, tevens dochter van de baas, deels functioneerde als een lokaal dierenasiel, tot plezier van onze kinderen. Onze dochter zweert erbij dat ze een huisdier wil. “Papa, mag ik een poesje?” is het thuis ongeveer om de dag, maar hier iedere vijf minuten. “Aaaah kijk deze nou!” met een fantastisch geacteerd babymeisjesaccent dat al enige tijd achter haar ligt. Zelf ben ik niet zo’n huisdierenvader. Nu kan ik mijn dochter erg moeilijk dingen weigeren, maar wie draagt straks weer alle verantwoordelijkheden en de bijkomende verplichtingen? Juist ja, niet mijn dochter met nu telkens vochtige ogen om haar schattigheid te benadrukken. Dus maak ik elke keer dat een poes van houding wisselt, of als er een hond achter haar opdoemt, een kleine overwinningsvuist, want wat blijkt: de spontane bewegingen van de dieren bezorgen haar kortstondig hevige paniek.
Automatisch nemen wij elke keer buiten plaats, maar er is ook een binnen. Als wij aanstalten maken om te vertrekken werp ik een blik naar binnen vanuit de deuropening. Mijn hart maakt een sprongetje. Een gesigneerd shirt van FC Volos, drie shirts van Panathinaikos, een sjaal van VfL Bochum en een van SK Rapid. Op de tv zie ik voetbal. Het is PAOK – Olympiakos. De eigenaar, die een markante mix is tussen Bill Murray als Steve Zissou uit de Wes Anderson-film The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) en professor Zonnebloem uit de Kuifje-reeks van Hergé, gebaart druk naar mij dat ik welkom ben binnen, inclusief mijn sigaret. Ik voel mij vereerd maar in eerste instantie bedank ik vriendelijk. Mijn kinderen zijn nog druk in de weer met alle poezen en honden en als mijn vrouw dichterbij komt voel ik dat zij de bui alweer voelt hangen. Net als op Zakynthos toont zij zich begripvol richting haar voetbalgekke man: “Ga maar.” Dankbaar dat ik ben wil ik het altijd wel collectief ervaren, dus iedereen gaat mee naar binnen. Waar wij op zomervakantie zijn, is het voor de lokale bevolking al stevig aan het afkoelen, dus de setting doet al snel aan kerst denken binnen, met een gigantische open haard die de ruimte in rap tempo tot ver over de dertig graden verwarmt.
Dan begint het fijnste spel op aarde, het elkaar leren kennen op basis van voetbalvragen: wie ben je, waar kom je vandaan, hoeveel kennis van het spel bezit je? De samenstelling van het Griekse gezelschap bestaat uit de eigenaar, zijn dochter, schoonzoon en twee vrienden uit het dorp. Vier van de vijf aanwezigen zijn voor Panathinaikos, de andere is voor Olympiakos. Hij zit dan ook in een hoek en straalt uit zich comfortabel te voelen maar ook op zijn hoede te zijn. Het belooft een lange avond te worden, de Griekse kraker tussen PAOK en Olympiakos is pas net begonnen en in de rust trapt Panathinaikos, dat laagvliegger Atromitos ontvangt, af. Ik wacht nog even met mijn navraag te doen over het debacle tegen Go Ahead Eagles.
De familie weet al van mijn afkomst, ze beginnen over Fatih Terims periode in Athene en schieten in de lach van mijn reactie als ze vragen wat ik van Akaydin vind, de Turkse centrale verdediger die door Terim naar Griekenland was gehaald en toch het meeste zich laat vergelijken met een tikkende tijdbom in je achterste linie. Tijd om indruk te maken, dus ik laat vallen dat ik Cyriel Dessers goed ken, de Vlaamse voetballer die uitkomt voor het Nigeriaanse elftal en net de overstap heeft gemaakt van Rangers naar Pana. Terwijl de schoonzoon woorden zoekt om zijn gevoelens bij de aankoop te omschrijven schiet de eigenaar uit zijn slof, de schoonzoon probeert zo goed als hij kan de boel te redden door in het Grieks aan te geven dat ik de speler in kwestie persoonlijk ken. Ik kan mijn lach niet inhouden en de schoonzoon komt met een vertaling niet geheel naar waarheid qua woordkeuze maar wel in strekking: baba vindt hem wat stevig en zwaar bewegen sinds zijn komst.
We gaan namen langs, ik verifieer een verhaal dat Mike Snoei mij ooit vertelde over het feit dat de populariteit van Henk ten Cate ten opzichte van de voorzitter hem en zijn staf ooit de das om deed. Ze weten het niet zeker, maar Henk zien ze nog steeds als de koning met wie ze voor het laatst mochten deelnemen aan de Champions League. Dit alles terwijl de enige Olympiakos-supporter zo langzamerhand gek moet worden, omdat ze alleen nog als er echt even niks gebeurt bij Panathinaikos een halve minuut terugzappen naar het duel waar écht wat op het spel staat. Voor de overige momenten luistert hij naar de radio op zijn telefoon. Zijn stemming verandert dan ook enorm als hij hoort dat de thuisploeg de achterstand wegpoetst en de schoonzoon nog snel van zender wisselt om Taison van PAOK in herhaling nogmaals de 1-1 te zien binnenschieten. Minuten later krijgt PAOK een penalty en ook de voorsprong, want Andrija Živković schiet de bal feilloos binnen. De eenzame rivaal heeft het zwaar met de plagerijen van de meerderheid.
Uit het niets vraagt de familievriend die voor de juiste club is “Türk müsün?” – Ben je Turks? Terwijl ik weet van de volksverhuizingen uit het verleden dat er veel banden zijn, kijk ik hem met veel verbazing aan totdat hij het nog een keer herhaalt. Hij blijkt Turks te spreken omdat zijn vrouw uit Turkije komt, maar we sluiten het hoofdstuk Turkije toch redelijk snel af, want al sinds onze kennismaking is er een hoofdzaak die hem het meeste bezighoudt: namelijk de teloorgang van het Griekse voetbal. Tijdens een van zijn volgende onderbouwingen wat allemaal de oorzaken zijn voor deze terugval, schiet oud-VVV-legende Georgios Giakoumakis de 3-1 voor PAOK binnen. Het doelpunt wordt om lachwekkende redenen via de VAR afgekeurd, de Turks sprekende vriend van de familie wijst naar de Olympiakos-man, want er is toch wel één overduidelijke oorzaak en dat is zijn club, Olympiakos. Hij krijgt een middelvinger van zijn dorpsgenoot, daar kan ik in deze setting wel begrip voor opbrengen. Bij de derde herhaling doe ik een vriendelijke poging: “Vindt u dit echt een overtreding?” Nog voor de man antwoord kan geven, wat ergens ligt tussen schouderophalen en glimlachen, zegt de man die Turks beheerst vaderlijk tegen mij: “Never discuss with them.” Ik houd mij aan dit advies.
De wedstrijd van Panathinaikos is niet om aan te gluren, de tribunes zijn ook nog eens leeg, wat absoluut niet helpt. Er is een zero-tolerance-beleid in Griekenland momenteel, een bekertje op het veld of een afgestoken fakkel – elk vergrijp betekent een collectieve straf. De meest recente thuiswedstrijd was Panathinaikos – Olympiakos, 1-1, doelpunt namens de thuisploeg: Cyriel Dessers. Ik weet genoeg. De Sloveen Adam Čerin was ingevallen voor ooit supertalent Renato Sanches en maakt vlak na rust de 1-0, wat uiteindelijk de uitslag zou zijn. Ik bedank voor de ouzo van het huis en de gastvrijheid en zeg opgewekt tot morgen. Vanavond geen Hard Gras nodig om rustig in slaap te vallen.
“You are the dancing queen, young and sweet, only seventeen, dancing queen” de volgende ochtend is de bootexcursie weer vroeg in ons tijdelijke domein. Wij trotseren een heel klein stukje berg, lunchen en zonnebaden elders. Maar voor het avondeten verkiezen wij toch weer het enige open restaurant op loopafstand. Ik ga voor het gezin uit, tref als eerste de oude baas. Benieuwd wat onze voetbalavond ons heeft gebracht. Ik tref hem zeer ingetogen aan, dus begin maar over die winnende van Čerin. Het is alsof hij enkel nog openstaat voor zijn club op wedstrijddagen, hij gaat er niet op in. Zegt alleen, met verbazing in zijn stem, dat Sevilla 4-1 heeft gewonnen van Barcelona en stapt op richting de keuken. Panathinaikos heeft niet meer zoveel te vieren gehad sinds Mamma Mia! (2008). Ik begin mij hardop af te vragen hoeveel troosteloze jaren Galatasaray nodig zou hebben alvorens ik dan maar Meryl Streep zou omarmen. Ik weet het antwoord niet, er is dan ook nog nooit een film in mijn achtertuin opgenomen, ja, een aflevering van Baantjer, maar dat komt niet in de buurt van Hollywood. Het enige dat mij sip maakt is dat ik besef dat deze mensen misschien
wel gevangen zitten tussen een vloek en een zege door deze film.